Met alle onzekerheid die we als docent voelen, zijn we weer elke dag in de weer met het zo goed mogelijk vormgeven aan afstandsonderwijs. Onzekerheid omdat we niet weten hoe lang deze vorm van onderwijs duurt en vragen, zoals hoe we de leerlingen controleren dat ze zich aan hun taken houden, en of ze wel online komen wanneer de docenten van het Farelcollege afspraken met hen maken. Te veel vragen in een situatie die schreeuwt om weer alles normaal te krijgen, zoals het was, want echt, de docenten en de leerlingen willen de klas weer in!
Dit voelt aan als heimwee en een cultuurshock. Heimwee naar de leerlingen in de klas. Het contact met die tieners, die al helemaal niet graag naar school gaan en die leerlingen die we elke dag weer motiveren om door te zetten. En dan ineens dat gat. We mogen niet meer voor en in de klas staan. Onze inzet gaat op allerlei manieren van lessen op school naar lessen voor de computer.
De cultuurshock is dat beeld: we praten door een beeld heen met de kinderen. Dat is iets waar een docent aan moet wennen. Thuisonderwijs? 'No way'. Leren is meer dan kennis vergaren. Dat doe je door contact met elkaar te hebben: een dynamisch spel van leerplan naar de klas en midden in het pad der toetsing. Haal je dat dynamische weg, dan is er heimwee en een te grote verandering in de onderwijscultuur. School is immers ook meer dan het overbrengen van kennis. In de minisamenleving die de school laat zien, is er meer te leren dan alleen maar vakkenmis. Dat wordt in een keer weggehaald.
Wat is dat toch, die verbondenheid die je met de leerlingen blijft voelen? Dezelfde zorgen die je maakt voor een pc, zijn dezelfde zorgen die je voor de klas had, maar dan nog iets erger: 'Je kunt het! Doe je best! Waar heb je hulp bij nodig? Wat doe je al goed? Wat zijn de succeservaringen? Wees een team met ons! Samen gaan we naar die eindstreep!' Dat gevoel heb ik altijd met de leerlingen. maakt niet uit wie je bent. Samen ga je die strijd aan. Nu nog meer.
Nu voel je dat de leerlingen die urgentie ook voelen. Aan het begin vonden sommige leerlingen het leuk: lekker niet naar school. Vorige week nog. Nu denk ik dat ze het echt anders ervaren. Al snel hebben we bijeenkomsten in 'Teams' van Microsoft, bijvoorbeeld, met de leerlingen en die online lessen lopen goed. De ene wat meer dan de andere les, maar we moeten wennen aan een nieuw systeem. Iedere docent doet dat op zijn eigen manier.
Ik voel dat de leerlingen hetzelfde willen als wij willen: ze willen het halen. Ik ga er nog harder voor werken en nog beter mijn energie voor gebruiken, want we staan voor nieuwe uitdagingen. Maar dat ene, de verbondenheid, blijft hetzelfde.
Maar nu bezien vanuit de visie van de leerlingen. Leerlingen vinden school niet leuk voor school, meestal willen ze hun vrienden ontmoeten. Herhaaldelijk vraag ik ze: 'Wat zou je doen als je de hele week thuis mocht zitten?' Een glimlach op hun gezicht, vragende ogen, want ze hadden die vraag niet verwacht. Al snel zien ze zichzelf lui voor de buis hangen.
Veer met die leerlingen mee en ze kijken al snel op met een verrast gezicht. 'Gamen, slapen, Netflix, ...). Tweede vraag: 'Hou je dat tot je zestigste vol? ' Andere leerlingen beginnen het te begrijpen en ze gaan aan mijn kant staan: 'Ja, en je ouders zorgen dan je hele leven voor je?' En zo krijg je een grappig gesprek met zingeving en na tien minuten vervolg je je les als docent dan weer.
Nu is het echt. Ze zitten thuis. Meerdere leerlingen die je hoort zeggen: 'Ik wil weer naar school.' Aan de ene kant doet je dat goed, aan de andere kant voel je weer die onzekerheid opkomen met die brandende vraag van: 'Wanneer?' Wanneer mag ik weer geïnspireerd worden door tieners? Wanneer mag ik die leerlingen weer inspireren? Wanneer begint het dynamische spel weer in de klas, waarbij de docent de leerling altijd weer een stapje voor moeten zijn.
Docenten zullen het leren aan leerlingen nooit verleren. Pas als je het niet meer hebt, weet je wat je mist, zeggen ze toch? Ik wil weer heel graag mijn computer inruilen voor het digibord en het toetsbord ruil ik weer in voor expressie, passie, educatie, een luisterend oor, en nog veel meer wat onderheven is aan het onderwijs en het docent zijn.
Maar dan: een stukje schrijfonderwijs! Zoals ik de leerlingen leer dat een slot bestaat uit een samenvatting en de bedoeling van de schrijver, gevolgd door een uitsmijter, zal ik dat nu ook proberen:
Dus de docenten willen weer voor de klas staan en contact hebben met de leerlingen! Dat is omdat ze zich verbonden voelen door eenzelfde doel en dat is dat we het als een team moeten halen, elk jaar weer. School wordt daarbij wel gebruikt voor een ontmoetingsplaats, maar het is de dynamiek die ervoor zorgt dat leerlingen gaan werken en wij zullen ons vak nooit verleren, dus laten we hopen dat we weer zo snel mogelijk voor en in de klas mogen staan. Dat is omdat er maar een manier is om op een fijne manier succeservaringen te krijgen en dat is op school!
Dan komt er een uitsmijter in de vorm van een toekomstverwachting, zoals mogelijk is bij de afronding van een tekst:
We zeggen samen, zowel de leerlingen als de docenten: 'Gelukkig! We gaan weer naar school! Oh, wat hebben we elkaar gemist!' - Niet cynisch bedoeld.
Nederlands verbinden aan wat leerlingen nodig hebben om zich persoonlijk te ontwikkelen, is mijn drijfveer en onderliggende visie van mijn lessen. Ik denk procesgericht, verbindend en ik hou van samenwerken en mooie projecten bedenken. Ik ontwikkel deze met diverse didactische werkvormen voor in de lessen, met leerlijnen en einddoelen in het vizier. Ik leg ideeën en weetjes graag vast (en deel ze), omdat ik trots ben op mijn beroep docent Nederlands en ontwikkelaar. Ook schrijf ik graag.
maandag 23 maart 2020
zaterdag 28 september 2019
Actuele boeken zoals 'Dorsmans dood' en 'Aantekeningen bij een moord'
https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/488722/Vpro_Boeken.html
Vooral het tweede boek zal ik de bovenbouwleerlingen de komende week aanraden, ook al zien de kaften er niet al te aantrekkelijk uit voor laten we zeggen zestienjarigen. Het is wel zo, dat de leerlingen over het algemeen graag spannende boeken lezen en beide boeken hebben een 'soort actuele spanning': kijk eens achter de misdaad, maar dan vanuit een andere invalshoek belicht: een rechter en een via de post uitgenodigd jurylid.
Ik ga deze boeken lezen en ik denk dat ze inzicht brengen in hoe een rechter of hoe iemand die in de jury zit, het proces beleeft, speciaal als iemand schuldig bevonden wordt, terwijl een ander de misdaad begaan heeft. Ook beloven de schrijvers, en dan met name Peter Vermeersch, dat je moet verwerken wat je allemaal beleeft wanneer je in een jury zit, maar dat je naar heel andere aspecten van het leven gaat kijken.
Toegankelijke taal, actueel en bovenal: de schrijvers hebben een mooi interview gehad bij de VPRO waardoor je getriggerd wordt door de schrijvers wat beter te leren kennen, zie bovenstaande link. Het is de moeite waard om dit interview te bekijken, omdat je dan ook bijvoorbeeld bij Miek Smilde hoort welke beslissingen een schrijver neemt als het bijvoorbeeld gaat om het perspectief: je leest het boek vanuit het perspectief van de rechter. Waarom ze dat heeft gedaan, hoor je in de gemiste uitzending.
Ik weet zeker dat een paar leerlingen overgaan op het lezen van deze literatuur.
Over: 'Aantekeningen bij een moord':
Over het boek 'Dorsmans dood':
Vooral het tweede boek zal ik de bovenbouwleerlingen de komende week aanraden, ook al zien de kaften er niet al te aantrekkelijk uit voor laten we zeggen zestienjarigen. Het is wel zo, dat de leerlingen over het algemeen graag spannende boeken lezen en beide boeken hebben een 'soort actuele spanning': kijk eens achter de misdaad, maar dan vanuit een andere invalshoek belicht: een rechter en een via de post uitgenodigd jurylid.
Ik ga deze boeken lezen en ik denk dat ze inzicht brengen in hoe een rechter of hoe iemand die in de jury zit, het proces beleeft, speciaal als iemand schuldig bevonden wordt, terwijl een ander de misdaad begaan heeft. Ook beloven de schrijvers, en dan met name Peter Vermeersch, dat je moet verwerken wat je allemaal beleeft wanneer je in een jury zit, maar dat je naar heel andere aspecten van het leven gaat kijken.
Toegankelijke taal, actueel en bovenal: de schrijvers hebben een mooi interview gehad bij de VPRO waardoor je getriggerd wordt door de schrijvers wat beter te leren kennen, zie bovenstaande link. Het is de moeite waard om dit interview te bekijken, omdat je dan ook bijvoorbeeld bij Miek Smilde hoort welke beslissingen een schrijver neemt als het bijvoorbeeld gaat om het perspectief: je leest het boek vanuit het perspectief van de rechter. Waarom ze dat heeft gedaan, hoor je in de gemiste uitzending.
Ik weet zeker dat een paar leerlingen overgaan op het lezen van deze literatuur.
Over: 'Aantekeningen bij een moord':
Over het boek 'Dorsmans dood':
vrijdag 30 augustus 2019
Groei-project/pilot: de uiteenzetting en andere schrijfopdrachten in havo 3: project: het maken van een tijdschrift
Wanneer? Weken 40, 41 en 42
Informatie/oriëntatie voor de leerlingen
https://www.jilster.nl/havoleerlingen-unic-enthousiast-maken-tijdschrift/Tijdschrift maken met Jilster
Informatie/oriëntatie voor de leerlingen
https://www.jilster.nl/havoleerlingen-unic-enthousiast-maken-tijdschrift/Tijdschrift maken met Jilster
- Vrijheid zorgt voor creativiteit en geeft de leerlingen ruimte om met elkaar afspraken te maken.
- Geef aan waar de opdracht aan moet voldoen (criteria).
- Laat de leerlingen zelf een thema verzinnen waar hun tijdschrift over gaat. Wel met de voorwaarde dat de onderwerpen, passend bij dat thema, diepgang hebben. Kwaliteit moet gewaarborgd zijn.
- Koppel in de Nederlandse les theorie aan de praktijk (recensie, betoog, informatief artikel, verslag).
- Maak een tijdsplanning.
- Een extra stimulans voor leerlingen om hun best te doen? Laat een aantal exemplaren drukken!
- Op de site van Jilster staan leuke afbeeldingen om het tijdschrift mee te vullen.
De opdracht zelf met het idee om er drie lessen aan te besteden, huiswerk aan te verbinden, twee lessen waarbij de leerlingen alles digitaal kunnen verwerken.
- Stijl
- Doelgroep
- Onderwerpen
- Soorten teksten/advertenties
- Rubrieken
- Voorpagina!
- .............
(sport)journalisten/ schrijvers/ grafisch vormgevers/(eind)redacteurs/ fotografen/ klantenrelatie management/...
Samen een tijdschrift maken met allerlei teksten. Hoe gaan we het noemen? Wie doet wat? Hoe gaan we het becijferen? We laten het ook echt afdrukken. Het wordt een echt tijdschrift.
Hoe ziet een tekst eruit? Hoe gaan we om met bronevermeldingen, om geen proces aan onze broek te krijgen?
Is het straks interessant genoeg om het tijdschrift uit te geven en te verkopen? Daar zouden we naar moeten streven.
Hoe becijferen? Samenwerking? Nemen van initiatieven? Hoeveelheid verzette werk? Het schrijfproduct en - proces zelf? ...
Aanpak/stappenplan:
1. Maak een logboek: wanneer ga je wat doen/ wie doet wat?
2. Kies iets uit wat jou interessant lijkt.
3. Wat voor soort tekst past daar bij?
4. Hoe ziet zo'n tekst er technisch uit en waar kan ik die informatie vinden? Talent, VO-Content, Onlinenederlands, cambiumned. Zoek op en werk dit uit.
5. Hoe vermeld je bronnen? Anders is het plagiaat.
6. Stappenplan om tot het schrijven van het product te komen: wat moet je ervoor doen? artikelen opzoeken, interviewen, ....?
Wie - wat - wanneer- waar -waarom - hoe?
7. Allerlei informatie verwerken. De tekst uitschrijven (van mindmap tot product)
8. Visueel materiaal
9. Uitwerken op je digitale pagina
10. Reviseren (laat het een ander lezen voor feedback: spelling, grammatica, structuur, bronvermelding)
11. Jouw/jullie aandeel is klaar.
Blader Quest eens door en voel je geïnspireerd: https://magazine.quest.nl/
- Doelgroep
- Onderwerpen
- Soorten teksten/advertenties
- Rubrieken
- Voorpagina!
- .............
(sport)journalisten/ schrijvers/ grafisch vormgevers/(eind)redacteurs/ fotografen/ klantenrelatie management/...
Samen een tijdschrift maken met allerlei teksten. Hoe gaan we het noemen? Wie doet wat? Hoe gaan we het becijferen? We laten het ook echt afdrukken. Het wordt een echt tijdschrift.
Hoe ziet een tekst eruit? Hoe gaan we om met bronevermeldingen, om geen proces aan onze broek te krijgen?
Is het straks interessant genoeg om het tijdschrift uit te geven en te verkopen? Daar zouden we naar moeten streven.
Hoe becijferen? Samenwerking? Nemen van initiatieven? Hoeveelheid verzette werk? Het schrijfproduct en - proces zelf? ...
Aanpak/stappenplan:
1. Maak een logboek: wanneer ga je wat doen/ wie doet wat?
2. Kies iets uit wat jou interessant lijkt.
3. Wat voor soort tekst past daar bij?
4. Hoe ziet zo'n tekst er technisch uit en waar kan ik die informatie vinden? Talent, VO-Content, Onlinenederlands, cambiumned. Zoek op en werk dit uit.
5. Hoe vermeld je bronnen? Anders is het plagiaat.
6. Stappenplan om tot het schrijven van het product te komen: wat moet je ervoor doen? artikelen opzoeken, interviewen, ....?
Wie - wat - wanneer- waar -waarom - hoe?
7. Allerlei informatie verwerken. De tekst uitschrijven (van mindmap tot product)
8. Visueel materiaal
9. Uitwerken op je digitale pagina
10. Reviseren (laat het een ander lezen voor feedback: spelling, grammatica, structuur, bronvermelding)
11. Jouw/jullie aandeel is klaar.
Blader Quest eens door en voel je geïnspireerd: https://magazine.quest.nl/
dinsdag 20 februari 2018
zaterdag 3 februari 2018
Het Havocongres 2018: 'Trots op havo!'
Als een rode draad door de dag bedacht ik hoe nieuwe ideeën in ons vo ingebed kunnen worden, omdat het vo vaak voor wat betreft het systeem achterloopt op alle mooie ideeën over onderwijs die er zijn. Ik houd van vernieuwend bezig zijn en vaak merk je dat vernieuwingen moeizaam verlopen en de oorzaken zoek ik dan bij mezelf, maar dat is niet terecht. Ik kon gaan tot waar ik kan en dat is ver, maar de randvoorwaarden moeten er wel zijn.
Dus met collega's van het Farelcollege bezochten we ieder verschillende workshops, trainingen en lezingen en in de pauzes kwamen we hier op terug. Een mooi bespreekpunt was bijvoorbeeld hoe het onderwijs te personaliseren als we werken met een vast lesrooster. Ik zou er meteen de voorkeur aan geven om sowieso de leerlijn in de gaten te houden, maar werken met projecten en dagdoelen. Deze dagdoelen maken weer onderdeel uit van weekdoelen en dat kun je weer plaatsen in een periode. Vastomlijnde kaders met doelen maar ingevuld met meerdere mogelijkheden deze te behalen. De wegen naar Rome.
Het was zo maar een ingeving, gebaseerd op waar ik denk dat de behoefte liggen van de leerlingen. Zullen we zeggen vanaf de derde? Dat zou kunnen.
Aan het einde van de dag moeten de leerlingen aan verschillende doelen gewerkt hebben. Dat systeem moet gebaseerd zijn op het individu, op wat de leerling kan en wat ie nog moet doen om het examen glansrijk te kunnen halen. De manier waarop de leerling dat doet elke dag/week bijgehouden met een individuele coach. Stel dat een coach het gehele schooljaar vijf leerlingen begeleidt. Daarnaast heeft ie zijn eigen vak en met een goed samenwerkend team krijgt het plan handen en voeten. Een enorme uitdaging.
Wat de leerling moet kennen en kunnen is uiteraard aan het einde van de rit hetzelfde, maar de weg er naartoe moet inspirerend zijn omdat het vanuit de leerling zelf samen met de coach en de docenten aangewakkerd wordt. De docenten zijn professioneel genoeg om te weten welke leerroutes er dan afgelegd gaan worden en er ontstaan natuurlijke groepjes van leerlingen die ongeveer op dezelfde wijze invulling geven aan dat wat er die week, die periode en dat jaar en dan weer dagelijks geleerd moet worden, dus daar kan men samen aan de slag. Mooi!
Nu vindt men mijn ideeën vaak te ver gaan, te vrij, maar we moeten af van een vast lesrooster. Dat is echt niet meer van deze tijd. Docenten proberen echt alle moderniteiten toe te passen in hun lessen, maar elke keer stuit men weer op het weinig meeverende systeem.
De ene school is de andere natuurlijk niet. Op de ene school is men al verder dan op de andere school. Er liggen in ieder geval uitdagingen genoeg om het onderwijs anders aan te pakken. Een ander geluid daarbij was om de leerlingen een halve dag les te geven en vanaf twee uur tot vier uur op een andere manier, gepersonaliseerd, bezig te laten zijn. Al gaan we met het systeem ergens halverwege zitten, tussen mijn systeem en dat wat er al is, dan hebben we al wat bereikt.
Ik voel in ieder geval veel voor een andere inzet van docenten in het vo. Ik wil mijn vak weer terug als het ware. Mijn beroep bestaat minimaal uit het geven van het vak Nederlands, het opvoeden en inspireren van de tiener, het samenwerken met andere docenten om de leerlingen te laten zien dat een vak niet op zichzelf staat en laten we het netwerken, het leren van elkaar, niet vergeten. Zo vul ik mijn beroep globaal in. iPadonderwijs of niet, of andere vormen waarmee de school de markt op wil gaan, het maakt voor mij allemaal niets uit, als we de leerlingen maar zo ver krijgen dat ze uit zichzelf gemotiveerd en geïnspireerd hun diploma halen om uiteindelijk naar het vervolgonderwijs te gaan en op een goede manier kunnen functioneren in de naar mijn idee steeds ingewikkeldere maar steeds meer uitdagender wordende maatschappij. Zo ingewikkeld als de voorgaande zin zelf was. ;-)
Kijken we terug? Van pen naar computer en van computer naar robot! En nog steeds is het nodig dat leerlingen door alle tijden heen dus goed kunnen communiceren, samenwerken, analyseren, problemen oplossen, uitdagingen aangaan, reflecteren, et cetera. Onderwijs 2032!
Over de dag zelf? Ik zal alles wat ik heb geleerd weer langzaam vorm gaan geven in de lessen. Natuurlijk gebeurde dat al. Dat zat er al in. Ik wil vooral op de havo veel meer de praktijk in en buiten het lokaal aan het leren zijn. Daarnaast blijven schrijf - spreek, en leesonderwijs een pre!
Dan is er mooi onderdeel dat ik echt uit wil proberen, omdat je met dat onderdeel de wereld in de klas haalt. Dat kan op meerdere manieren. Met een viewmaster en opdrachten, maar ook kun je de leerlingen buiten laten wandelen met hun mobiel. Een voorbeeld. De leerlingen zijn samenwerkend bezig met een soort van wedstrijdelement.Je zet digitaal via een app een route uit met op bepaalde punten opdrachten die de leerlingen uit moeten voeren of vragen die ze moeten beantwoorden. Je kunt de leerlingen volgen en je communiceert met elkaar via de app en dus de mobieltjes. Iets ingewikkelder vanwege de middelen nodig hebt is de viewmaster. Ook daarbij haal je de wereld in de klas. Ik heb het boekje met verschillende ideeën gekocht, dus als ik tijd heb, dit jaar of komend jaar, zou ik daar best mee willen gaan experimenteren. Ik noteer het op mijn 'onderwijsbucketlist'.
Verder heb ik gevolgd:
1. De basiscode van een nieuwe generatie (over hoe de jeugd te motiveren en waarvoor tieners openstaan).
2. Booster voor het schrijfonderwijs (van brainstorm naar redigeren waarbij alle zeven stappen belangrijk zijn).
3/4. Virtual reality in de les (themawandeling): van de viewmaster tot en met de uitdaging om met de leerlingen en hun mobiel te wandelen en te leren middels een app en van tevoren opgestelde vragen met een puntensysteem! Erg triggerend!!).
5. H3-boys, een jongensklas (23 jongens in een klas/hoe is dat gegaan op het Christelijk Lyceum in Apeldoorn. Ik concludeerde meteen dat die aan pak voor alle klassen moest gaan gelden: proactief bezig zijn met de dynamiek van klassen voordat het schooljaar begint met de kennis die je al van de leerlingen hebt).
6. Gepersonaliseerd leren en de zes stappen die daarbij horen. Personaliseren is een betere term dan differentiëren: nu staat de leerling centraal, dan komt de leerstof.
Dus met collega's van het Farelcollege bezochten we ieder verschillende workshops, trainingen en lezingen en in de pauzes kwamen we hier op terug. Een mooi bespreekpunt was bijvoorbeeld hoe het onderwijs te personaliseren als we werken met een vast lesrooster. Ik zou er meteen de voorkeur aan geven om sowieso de leerlijn in de gaten te houden, maar werken met projecten en dagdoelen. Deze dagdoelen maken weer onderdeel uit van weekdoelen en dat kun je weer plaatsen in een periode. Vastomlijnde kaders met doelen maar ingevuld met meerdere mogelijkheden deze te behalen. De wegen naar Rome.
Het was zo maar een ingeving, gebaseerd op waar ik denk dat de behoefte liggen van de leerlingen. Zullen we zeggen vanaf de derde? Dat zou kunnen.
Aan het einde van de dag moeten de leerlingen aan verschillende doelen gewerkt hebben. Dat systeem moet gebaseerd zijn op het individu, op wat de leerling kan en wat ie nog moet doen om het examen glansrijk te kunnen halen. De manier waarop de leerling dat doet elke dag/week bijgehouden met een individuele coach. Stel dat een coach het gehele schooljaar vijf leerlingen begeleidt. Daarnaast heeft ie zijn eigen vak en met een goed samenwerkend team krijgt het plan handen en voeten. Een enorme uitdaging.
Wat de leerling moet kennen en kunnen is uiteraard aan het einde van de rit hetzelfde, maar de weg er naartoe moet inspirerend zijn omdat het vanuit de leerling zelf samen met de coach en de docenten aangewakkerd wordt. De docenten zijn professioneel genoeg om te weten welke leerroutes er dan afgelegd gaan worden en er ontstaan natuurlijke groepjes van leerlingen die ongeveer op dezelfde wijze invulling geven aan dat wat er die week, die periode en dat jaar en dan weer dagelijks geleerd moet worden, dus daar kan men samen aan de slag. Mooi!
Nu vindt men mijn ideeën vaak te ver gaan, te vrij, maar we moeten af van een vast lesrooster. Dat is echt niet meer van deze tijd. Docenten proberen echt alle moderniteiten toe te passen in hun lessen, maar elke keer stuit men weer op het weinig meeverende systeem.
De ene school is de andere natuurlijk niet. Op de ene school is men al verder dan op de andere school. Er liggen in ieder geval uitdagingen genoeg om het onderwijs anders aan te pakken. Een ander geluid daarbij was om de leerlingen een halve dag les te geven en vanaf twee uur tot vier uur op een andere manier, gepersonaliseerd, bezig te laten zijn. Al gaan we met het systeem ergens halverwege zitten, tussen mijn systeem en dat wat er al is, dan hebben we al wat bereikt.
Ik voel in ieder geval veel voor een andere inzet van docenten in het vo. Ik wil mijn vak weer terug als het ware. Mijn beroep bestaat minimaal uit het geven van het vak Nederlands, het opvoeden en inspireren van de tiener, het samenwerken met andere docenten om de leerlingen te laten zien dat een vak niet op zichzelf staat en laten we het netwerken, het leren van elkaar, niet vergeten. Zo vul ik mijn beroep globaal in. iPadonderwijs of niet, of andere vormen waarmee de school de markt op wil gaan, het maakt voor mij allemaal niets uit, als we de leerlingen maar zo ver krijgen dat ze uit zichzelf gemotiveerd en geïnspireerd hun diploma halen om uiteindelijk naar het vervolgonderwijs te gaan en op een goede manier kunnen functioneren in de naar mijn idee steeds ingewikkeldere maar steeds meer uitdagender wordende maatschappij. Zo ingewikkeld als de voorgaande zin zelf was. ;-)
Kijken we terug? Van pen naar computer en van computer naar robot! En nog steeds is het nodig dat leerlingen door alle tijden heen dus goed kunnen communiceren, samenwerken, analyseren, problemen oplossen, uitdagingen aangaan, reflecteren, et cetera. Onderwijs 2032!
Over de dag zelf? Ik zal alles wat ik heb geleerd weer langzaam vorm gaan geven in de lessen. Natuurlijk gebeurde dat al. Dat zat er al in. Ik wil vooral op de havo veel meer de praktijk in en buiten het lokaal aan het leren zijn. Daarnaast blijven schrijf - spreek, en leesonderwijs een pre!
Verder heb ik gevolgd:
1. De basiscode van een nieuwe generatie (over hoe de jeugd te motiveren en waarvoor tieners openstaan).
2. Booster voor het schrijfonderwijs (van brainstorm naar redigeren waarbij alle zeven stappen belangrijk zijn).
3/4. Virtual reality in de les (themawandeling): van de viewmaster tot en met de uitdaging om met de leerlingen en hun mobiel te wandelen en te leren middels een app en van tevoren opgestelde vragen met een puntensysteem! Erg triggerend!!).
5. H3-boys, een jongensklas (23 jongens in een klas/hoe is dat gegaan op het Christelijk Lyceum in Apeldoorn. Ik concludeerde meteen dat die aan pak voor alle klassen moest gaan gelden: proactief bezig zijn met de dynamiek van klassen voordat het schooljaar begint met de kennis die je al van de leerlingen hebt).
6. Gepersonaliseerd leren en de zes stappen die daarbij horen. Personaliseren is een betere term dan differentiëren: nu staat de leerling centraal, dan komt de leerstof.
Excursie naar de Tweede Kamer en ProDemos met havo 5/Farelcollege
Wat een interessante dag! Ik maak voor de tweede keer onder leiding van de geschiedenisdocent met havo 5 de excursie 'De Tweede Kamer' mee. ProDemos verzorgde weer een mooi en leerzaam programma. 'Om jongeren te betrekken bij politiek en rechtsstaat heeft ProDemos een aantal activiteiten en producten ontwikkeld. Hiermee wordt aangesloten bij de onderwijsdoelstellingen van de vakken Maatschappijleer en Geschiedenis' (www.prodemus.nl).
Vanuit de bus naar het binnenhof wandelend, werd het al interessant. Onder andere 'Het torentje van Rutten' werd aanschouwd en bewonderd. Daarna, het eerste deel op 31 januari, bestond uit algemene informatie over de politiek in Nederland, toen gingen we het binnenhof op om binnen het een debat bij te wonen om vervolgens te quizzen, waarbij ProDemos wederom uitlegde wat de spelregels zijn van de democratie en rechtsstaat en ook laat ProDemos zien wat leerlingen kunnen doen om invloed uit te oefenen in de gemeente, de provincie, het land en Europa.
Na het quizzen kwam het praktijkgedeelte waarbij de leerlingen productief betrokken werden bij kennisvragen over politiek en de rechtstaat. Hierbij kregen ze een certificaat.
Voor Nederlands was het ook een interessante dag vanwege onder andere het debatteren. Ik verwijs hierboven naar het debat over numerus fixus in het hoger onderwijs en in de discussietechnieken kwamen de regels naar voren die we bij Nederlands bespraken. Het mooie moment was daar toen de minister persoonlijk werd omdat hij zich beledigd voelde, hij ging dus op de man spelen en de voorzitter gaf de regel aan om zich te richten tot de voorzitter zelf.
Bronnen: https://www.scienceguide.nl/2018/01/pvv-nederlandse-studenten-voorrang-numerus-fixus/
https://www.prodemos.nl/speciaal/
https://aansluiting-voho010.nl/nieuws-en-agenda/publicatie-vo-hbo-aan-de-slag-met-taalbeleid
25-01-2018
Dit is het netwerk waarin ik redelijk actief ben. Het is van belang dat ik het bijhoud voor het vak Nederlands, omdat er een convenant is getekend door het Farelcollege waardoor de school zich hiermee bezighoudt. Ik houd alle taalontwikkelingen in de regio en gedachten en afspraken daarover bij.
Er was al een eerdere publicatie over het schrijfonderwijs, nu is er één over het taalbeleid op scholen.
Publicatie ‘Vo-hbo: aan de slag met taalbeleid!’
In deze publicatie richten de auteurs zich tot schoolleiders, beleidsmakers en -adviseurs, taal(beleids)coördinatoren, docenten en allen die geïnteresseerd zijn in het formuleren van een taalbeleid dat zich richt op de aansluiting vo-hbo. Met het boek ‘Vo-hbo: dat is andere taal!’ (Wertenbroek et. al., 2016) als uitgangspunt zijn in deze publicatie de stappen beschreven voor het formuleren van een concreet taalbeleid. Het aansluitingsmodel Taalbeleid maakt duidelijk dat taalbeleid verankerd is in onderwijsinhoud én didactiek. Met de checklists kunnen instellingen het taalbeleid van hun eigen school/opleiding onder de loep nemen.
Uit onderzoek blijkt nog steeds “dat taalvaardigheid essentieel is voor studiesucces. Studenten moeten namelijk via - steeds complexer - taalgebruik kennis en vaardigheden met betrekking tot hun toekomstig beroep aantonen. Daarom moeten alle studenten tijdens hun studie de nodige kansen krijgen om op het vlak van taalvaardigheid te groeien en zelfs te excelleren. Een taalvaardigheidsbeleid dat gevoerd wordt van de instroom tot het moment van afstuderen, werpt immers vruchten af voor de onderwijsinstelling en het werkveld, en voor de student nemen kansen op studie- en werksucces toe. Daarnaast bevordert krachtig taalvaardigheidsonderwijs ook de kwaliteit van de onderwijspraxis en de kwaliteit van de uitstroom.
Een naadloze aansluiting tussen het voortgezet en het tertiair onderwijs is essentieel om de overgang naar het hoger beroepsonderwijs voor alle studenten efficiënt te laten verlopen en op die manier de slaagkansen te verhogen. Dialoog en samenwerking zijn daarvoor essentieel. Dit boek reikt daarvoor praktische handvatten aan en is daarom een zeer aan te bevelen handleiding voor alle betrokken actoren.” (aanbeveling bij het boek van Drs. An De Moor, talenbeleidcoördinator bij Hogeschool Odisee, ondervoorzitter bij Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs en lid van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Met havo 4 een klasse - klassenreader maken! Contextrijk of niet?
Vandaag ga ik dat idee uitwerken. Natuurlijk is dit niet iets nieuws, maar dat met die recensies vind ik weer wel vernieuwend en ik vind da...
-
'Juf, ik begrijp die vraag niet.'De leerling wijst een alinea aan. Met dit schema kon ik toen heel makkelijk aangeven dat deze ...
-
Rond 2012 kreeg ik les van Bas Jongenelen aan de opleiding Master Nederlands bij Fontys in Tilburg en ik kende de enthousiaste verteltrant...