zondag 30 augustus 2020

Waar de vakantie van 19/20 toe kan leiden: inspiratie en motivatie! Ik heb er voor 20/21 weer zin in!

Lessen in literatuur omvat naast theorie over literatuur en literatuurgeschiedenis veel meer dan dat en het begint al over wat taal voor effect heeft en daarmee geeft het boek mij een inkijk in mezelf. Ik ontdekte als voorbeeld dat ik altijd al met een filosofische invalshoek pragmatisch bezig ben! Dat leidde ik af uit het eerste hoofdstuk 'Griekse klassieke oudheid - werking'. Dit hoofdstuk, een van de twaalf, bespreekt de werking van taal en niets is minder waar dat taal effect heeft en de luisteraar wordt pas aangezet tot een reactie als deze er zich ook in kan vinden. Dat is hoe ik dit gedeelte snel samenvat. Hoe ik als voorbeeld van die herkenning in mijn eerste lessen van dit schooljaar 20/21 begin, heeft allemaal te maken met het besef van de taaluiting en de 'speech-act-theorie' en dat grijpt terug naar Plato (De grot) en Aristoteles ('mimesis is juist uitbeelding, geen nabootsing, en behelst zeer complexe situaties'). Ik wil verbinden met leerlingen en ze raken en dat kan alleen maar als je snapt wat het effect van taal is en zonder dat te weten heb ik dat dus op de wijze van Korstens opvatting ingebouwd! Het gaat allemaal over de werking van taal, de magie van woorden, het uitspreken van gedachten, het (on)bewust bezig zijn met context en nog veel meer! Taal is een machtig en mooi instrument. 

De auto als metafoor voor literatuur 

F.W. Korsten schrijft op diepzinnige en herkenbare wijze over literatuur en meer in 'Lessen in literatuur' en hij neemt je vanuit de geschiedenis mee naar het 'nu'. 'Wat is literatuur? is een vraag die vrijwel meteen gesteld wordt en het antwoord heeft alles te maken met de geschiedenis van de literatuur, zij het op gesproken wijze, geschreven of wat er nu gebeurt: verflimd en dus gevisualiseerd. 

Het antwoord op de vraag op wat literatuur is, kan net zo goed beantwoord worden als 'wat lekker weer is - maar het gaat om de vraag: wat doet literatuur met je? Dat brengt mij op de bewustere keuze van een literaire benadering naar de leerlingen toe: wat wil je dat een boek met je doet en als je het hebt gelezen: wat deed het boek met je? Ik neem mij dan ook voor om bladzijde14 uit bovenstaand boek voor te lezen; zo ook bladzijde 17, 18 en 19. Dit laatste fragment begint met de metafoor van een auto:'...Een auto is een voorwerp, maar een auto doet wat met je......... De auto heeft een diepgaande invloed op de leefwereld van mensen...' 

Uitdaging, inhoud en doel

Ik weet nu al drie antwoorden op drie vragen die ik mezelf stelde voordat de vakantie begon en op de laatste dag van de vakantie ga ik hierop antwoorden geven. 

Vraag 1: hoe motiveer ik mezelf weer om na deze roerige tijd van het c-woord - ik kan het niet meer uitgesproken krijgen - uitgedaagd aan het werk te gaan en dus lessen voor te bereiden? Vraag 2: hoe ga ik mijn lessen weer inhoud geven? Vraag 3: wat wil ik aankomend jaar bereiken op het Farel voor mezelf. Ik zal heel kort zijn: taal is gewoon mijn ding en dat wil ik overdragen.

En dan nu even per vraag: vraag 1 - De uitdaging: ik ga weer graag aan het werk in de wetenschap dat ik de leerlingen meeneem in hun 'zijn' als basis voor andere elementaire onderdelen van het leven. Dan komt het vak. Dat gaat vanzelf. Vraag 2 - Inhoud:  alles ontstaat door iets (effect/werking van taal) en door zingeving wil ik leerlingen raken en dan krijg ik ze nieuwsgierig en gemotiveerd. Voorbeeld: ik ga eerst met hen aan de slag met wat taal eigenlijk is en daarmee haal ik semantiek en pragmatiek aan en daar ga ik ook voorbeelden van geven om hiermee communicatie uit te leggen als het gaat om het formuleren in hele zinnen. Daar lopen we als docent tegenaan: de leerlingen geven veel te korte antwoorden en zijn dan al snel tevreden. Ook wil ik daarbij levendige voorbeelden geven die tot de verbeelding spreken. Plannen ontstaan als ik dit boek verder lees. Dit wordt vervolgd. Vraag 3 - wat wil ik bereiken: literatuur wil ik anders benaderen, meer vanuit de vraag van wat literatuur met je doet.  Daarnaast wil ik werken met veel betere contexten die nog beter aan gaan sluiten op de belevingswereld van de leerlingen en ik wil het vak interessanter maken en breder naar andere vakken uitdragen. Dat voor wat het vak betreft, maar ik zou ook graag willen werken met workshops, bijvoorbeeld 'journalistiek schrijven'. Daartoe heb ik zijdelings het boek op de afbeelding doorgenomen en zelf wat stukjes beoefend in de vakantie.

 
Lesvoorbereiding in de vakantie

Ik wil het liefst voorbereid zijn. Daar moet ik gemotiveerd voor zijn en daar ging dit artikel ook over: hoe inspireer ik mezelf in de vakantie om er weer een jaar tegenaan te gaan. Ik heb zitten lezen, schrijven, nadenken totdat ik de essentie van het vak Nederlands weer tegenkwam in het eerstgenoemde boek. Dat wil ik doorgeven als rode draad door de leerdoelen heen. Helaas zal toetsing voor de cijfers moeten blijven, maar ik stel mezelf ten doel om de leerlingen net zo te motiveren zoals ik me voel bij interessante literatuur. Daardoor zet ik door en dat inspireerde mij om er weer helemaal voor te willen gaan. 
De lesvoorbereiding in de vakantie zelf is niet helemaal gelukt. De eerste week is rond, doordat ik me liet inspireren door 'Kennismaken en verbinden'. Inhoudelijk kon ik me er niet toe zetten, maar door weer bezig te zijn met verhalen uit de literatuur, kwam die motivatie weer terug. Er flitsen allerlei ideeën voorbij en de eerste ideeën heb ik hierbij vastgelegd als zaadjes, die hopelijk uitgroeien tot mooi werkende activiteiten. Hopelijk ga ik dit samen doen met de collega's. Ik ben benieuwd, want zij zorgen ook voor de nodige inspiratie. 

Alles is taal

Natuurlijk is er buiten Nederlands meer te doen: ik heb het gehad over een gemoderniseerde nieuwsbrief en taalbeleid zit er ook aan te komen. Ik heb een idee: laat het het komende jaar over de communicatie 'an sich' gaan. Daar waar ik het artikel over begon, middels 'Lessen in literatuur'. Hiermee steek ik een nieuw begin van het taalbeleid in een nieuw jasje door het niet weer heel saai over woordenschat en lezen te hebben, wat ook heel belangrijk is, maar hiermee zijn we dan wel bezig met het vakoverstijgende van Nederlands met als intrinsieke en onderliggende boodschap dat alles taal is. Hiermee poog ik dan zoals al geschreven een basis te leggen voor het vakoverstijgende en naast het willen hebben over vakinhouden en 'alles is Nederlands', gaat het dan ook automatisch over hoe ik me uitdruk, hoe ik de boodschap overbreng en hoe ik middels taal dat waar mijn doel ligt, bereik? Daar zie ik voor komend jaar een uitdaging in. Ik denk dat we dan globaal drie jaar kunnen uitlijnen en uiteraard gaan we ons focussen op het eerste jaar: communicatie. Heel simpel: 'less is more'. 

Hoe 'kun je het'? 

Ik ben er weer klaar voor, alhoewel, dat is niet helemaal waar: elk schooljaar is er een nieuw begin en dat begin blijft spannend. Ook ik kan net als vele leerlingen even zo'n laatste nacht na de vakantie niet zo goed slapen. Les geven blijft een mooi vak, zolang je niet alleen bezig wilt zijn met 'teaching to the test.' Misschien klinkt dat raar, maar ik bedoel gewoon te zeggen: lesgeven is de leerling willen raken en daarmee wil je de leerling geïnteresseerd te laten zijn in zichzelf en de omgeving en dan komt al het andere vanzelf. Zo krijgt 'Je kunt het' meer inhoud. 

maandag 23 maart 2020

We willen weer graag de klas in!

Met alle onzekerheid die we als docent voelen, zijn we weer elke dag in de weer met het zo goed mogelijk vormgeven aan afstandsonderwijs. Onzekerheid omdat we niet weten hoe lang deze vorm van onderwijs duurt en vragen, zoals hoe we de leerlingen controleren dat ze zich aan hun taken houden, en of ze wel online komen wanneer de docenten van het Farelcollege afspraken  met hen maken. Te veel vragen in een situatie die schreeuwt om weer alles normaal te krijgen, zoals het was, want echt, de docenten en de leerlingen willen de klas weer in!

Dit voelt aan als heimwee en een cultuurshock. Heimwee naar de leerlingen in de klas. Het contact met die tieners, die al helemaal niet graag naar school gaan en die leerlingen die we elke dag weer motiveren om door te zetten. En dan ineens dat gat. We mogen niet meer voor en in de klas staan. Onze inzet gaat op allerlei manieren van lessen op school naar lessen voor de computer.
            De cultuurshock is dat beeld: we praten door een beeld heen met de kinderen. Dat is iets waar een docent aan moet wennen. Thuisonderwijs? 'No way'. Leren is meer dan kennis vergaren. Dat doe je door contact met elkaar te hebben: een dynamisch spel van leerplan naar de klas en midden in het pad der toetsing. Haal je dat dynamische weg, dan is er heimwee en een te grote verandering in de onderwijscultuur. School is immers ook meer dan het overbrengen van kennis. In de minisamenleving die de school laat zien, is er meer te leren dan alleen maar vakkenmis. Dat wordt in een keer weggehaald.

Wat is dat toch, die verbondenheid die je met de leerlingen blijft voelen? Dezelfde zorgen die je maakt voor een pc, zijn dezelfde zorgen die je voor de klas had, maar dan nog iets erger: 'Je kunt het! Doe je best! Waar heb je hulp bij nodig? Wat doe je al goed? Wat zijn de succeservaringen? Wees een team met ons! Samen gaan we naar die eindstreep!' Dat gevoel heb ik altijd met de leerlingen. maakt niet uit wie je bent. Samen ga je die strijd aan. Nu nog meer.
             Nu voel je dat de leerlingen die urgentie ook voelen. Aan het begin vonden sommige leerlingen het leuk: lekker niet naar school. Vorige week nog. Nu denk ik dat ze het echt anders ervaren. Al snel hebben we bijeenkomsten in 'Teams' van Microsoft, bijvoorbeeld, met de leerlingen en die online lessen lopen goed. De ene wat meer dan de andere les, maar we moeten wennen aan een nieuw systeem. Iedere docent doet dat op zijn eigen manier.
              Ik voel dat de leerlingen hetzelfde willen als wij willen: ze willen het halen. Ik ga er nog harder voor werken en nog beter mijn energie voor gebruiken, want we staan voor nieuwe uitdagingen. Maar dat ene, de verbondenheid, blijft hetzelfde.

Maar nu bezien vanuit de visie van de leerlingen. Leerlingen vinden school niet leuk voor school, meestal willen ze hun vrienden ontmoeten. Herhaaldelijk vraag ik ze: 'Wat zou je doen als je de hele week thuis mocht zitten?' Een glimlach op hun gezicht, vragende ogen, want ze hadden die vraag niet verwacht. Al snel zien ze zichzelf lui voor de buis hangen.
            Veer met die leerlingen mee en ze kijken al snel op met een verrast gezicht. 'Gamen, slapen, Netflix, ...). Tweede vraag: 'Hou je dat tot je zestigste vol? ' Andere leerlingen beginnen het te begrijpen en ze gaan aan mijn kant staan: 'Ja, en je ouders zorgen dan je hele leven voor je?' En zo krijg je een grappig gesprek met zingeving en na tien minuten vervolg je je les als docent dan weer.
             Nu is het echt. Ze zitten thuis. Meerdere leerlingen die je hoort zeggen: 'Ik wil weer naar school.' Aan de ene kant doet je dat goed, aan de andere kant voel je weer die onzekerheid opkomen met die brandende vraag van: 'Wanneer?' Wanneer mag ik weer geïnspireerd worden door tieners? Wanneer mag ik die leerlingen weer inspireren? Wanneer begint het dynamische spel weer in de klas, waarbij de docent de leerling altijd weer een stapje voor moeten zijn.

Docenten zullen het leren aan leerlingen nooit verleren. Pas als je het niet meer hebt, weet je wat je mist, zeggen ze toch? Ik wil weer heel graag mijn computer inruilen voor het digibord en het toetsbord ruil ik weer in voor expressie, passie, educatie, een luisterend oor, en nog veel meer wat onderheven is aan het onderwijs en het docent zijn.

Maar dan: een stukje schrijfonderwijs! Zoals ik de leerlingen leer dat een slot bestaat uit een samenvatting en de bedoeling van de schrijver, gevolgd door een uitsmijter, zal ik dat nu ook proberen:
          Dus de docenten willen weer voor de klas staan en contact hebben met de leerlingen! Dat is omdat ze zich verbonden voelen door eenzelfde doel en dat is dat we het als een team moeten halen, elk jaar weer. School wordt daarbij wel gebruikt voor een ontmoetingsplaats, maar het is de dynamiek die ervoor zorgt dat leerlingen gaan werken en wij zullen ons vak nooit verleren, dus laten we hopen dat we weer zo snel mogelijk voor en in de klas mogen staan. Dat is omdat er maar een manier is om op een fijne manier succeservaringen te krijgen en dat is op school!
Dan komt er een uitsmijter in de vorm van een toekomstverwachting, zoals mogelijk is bij de afronding van een tekst:
         We zeggen samen, zowel de leerlingen als de docenten: 'Gelukkig! We gaan weer naar school! Oh, wat hebben we elkaar gemist!' - Niet cynisch bedoeld.

zaterdag 28 september 2019

Met Powerpoint een woordenposter maken; dat gaan we eens even proberen!


Voor mij een nieuwe trigger: een klein beetje de politiek in?




Actuele boeken zoals 'Dorsmans dood' en 'Aantekeningen bij een moord'

https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/488722/Vpro_Boeken.html


Vooral het tweede boek zal ik de bovenbouwleerlingen de komende week aanraden, ook al zien de kaften er niet al te aantrekkelijk uit voor laten we zeggen zestienjarigen. Het is wel zo, dat de leerlingen over het algemeen graag spannende boeken lezen en beide boeken hebben een 'soort actuele spanning': kijk eens achter de misdaad, maar dan vanuit een andere invalshoek belicht: een rechter en een via de post uitgenodigd jurylid.
Ik ga deze boeken lezen en ik denk dat ze inzicht brengen in hoe een rechter of hoe iemand die in de jury zit, het proces beleeft, speciaal als iemand schuldig bevonden wordt, terwijl een ander de misdaad begaan heeft. Ook beloven de schrijvers, en dan met name Peter Vermeersch, dat je moet verwerken wat je allemaal beleeft wanneer je in een jury zit, maar dat je naar heel andere aspecten van het leven gaat kijken.
Toegankelijke taal, actueel en bovenal: de schrijvers hebben een mooi interview gehad bij de VPRO waardoor je getriggerd wordt door de schrijvers wat beter te leren kennen, zie bovenstaande link. Het is de moeite waard om dit interview te bekijken, omdat je dan ook bijvoorbeeld bij Miek Smilde hoort welke beslissingen een schrijver neemt als het bijvoorbeeld gaat om het perspectief: je leest het boek vanuit het perspectief van de rechter. Waarom ze dat heeft gedaan, hoor je in de gemiste uitzending.
Ik weet zeker dat een paar leerlingen overgaan op het lezen van deze literatuur. 

Over: 'Aantekeningen bij een moord':

Over het boek 'Dorsmans dood': 

Met havo 4 een klasse - klassenreader maken! Contextrijk of niet?

Vandaag ga ik dat idee uitwerken.  Natuurlijk is dit niet iets nieuws, maar dat met die recensies vind ik weer wel vernieuwend en ik vind da...